Praktische tips voor het begeleiden van Basisoefening 1
De volgende tips en aanwijzingen zijn belangrijk voor jouw begeleiding van Basisoefening 1.
De zaal
- Is de temperatuur goed? Hoe kun je dat gemakkelijk nog bijstellen (verwarming / raam)?
- Kunnen mensen gemakkelijk storen? Een briefje op de deur is handig.
Persoonlijke voorbereiding
-
Sta je zelf in je kracht? Versterk je Ki-punt en transmuteer evt. wat in de weg zit om goed aanwezig te zijn.
Let op: Zodra de eerste deelnemers arriveren, mag je niets meer transmuteren. - Kun je gemakkelijk bij je voorbereiding op papier? Heb je een spiekbriefje?
-
Zorg dat je de namen van alle deelnemers kent.
Als er veel nieuwe mensen zijn, maak dan een deelnemerslijst voor jezelf met foto's en namen op een A5 of A4. Dan kun je iemands naam snel opzoeken als je die even kwijt bent.
Ontvangst van de groep
- Welkom heten
- Help mensen met de indeling van de zaal (matjes neerleggen)
-
Telefoons uit of stil?
Geen trilstand, dat is in de stilte nog steeds storend hoorbaar.
Jouw begeleiding van een groep
- Begeleid mensen op een plek waar iedereen jou het beste kan zien en jij ook het beste overzicht hebt op de groep.
- Let op een open en ontspannen houding.
Contact maken en aandacht verdelen
-
Geef iedereen aandacht, ook als alles goed gaat.
Zorg dat iedereen zich gezien voelt. - Zorg dat je met iedereen oogcontact hebt gemaakt. Doe dat gelijk al aan het begin.
- Als iemand heel veel aandacht vraagt, laat je dan niet geheel in beslag nemen door deze persoon. Blijf je aandacht verdelen over de groep.
Spreken
-
Spreek duidelijk en rustig. Varieer in toonhoogte op een natuurlijke manier.
-
Laat sommige dingen terugkomen, zodat mensen ze beter onthouden.
Bijvoorbeeld:
"Open je stuitchakra en kruinchakra, zodat je een kanaal vormt tussen Hemel en Aarde.
Open je keelchakra en hartchakra zodat je beter contact kunt maken met je gevoel."
Het werkt goed om dit met dezelfde woorden en op dezelfde manier te zeggen.
Op deze manier kunnen mensen het thuis sneller terughalen.
Verplaats je in de deelnemer
-
Geef (lichtere) opties als oefeningen te zwaar zijn voor mensen, zoals:
- cirkels draaien met het hoofd: kleinere cirkels of minder herhalingen.
- been op het matje laten rusten bij de bewegingen met de voeten en tenen.
-
Geef mensen de tijd om iets uit te voeren.
‘Open je hartchakra’ heeft voor veel mensen wat meer tijd nodig dan je zelf nodig zou hebben.
Hoe corrigeer je
-
Maak eerst oogcontact, loop naar degene toe en gebruik zijn of haar naam.
-
Spreek eenvoudig en duidelijk, gebruik zo min mogelijk tekst. Geef alleen die informatie die je nodig hebt om goed over te komen.
Een voorbeeld:
"Piet, zet je vingers wat hoger op je kin."
en niet:
"Hallo Piet, het is beter om je vingers iets hoger op je kin te zetten want hier lopen belangrijke meridianen die je op deze manier stimuleert."
Lange zinnen zijn verwarrend en haalt mensen uit hun contact met hun lichaam.
Achteraf kun je dit alsnog toelichten.
En dat heeft ook het voordeel dat iedereen het nog eens hoort.
-
Corrigeer alleen dingen die van belang zijn voor Basisoefening 1, zoals het draaien van het hele been i.p.v. alleen het onderbeen, een verkeerde positie van de vingers bij 'de Kin', een te langzame bewegingssnelheid, gespannen losschudden
-
Corrigeer niet bij een uitvoering die te maken heeft met een beperking van het lichaam zoals:
- iemands been gaat niet erg hoog de lucht in
- de coördinatie is niet zo best
- een cirkel maken is lastig
Aandachtspunten voor het corrigeren
De volgende dingen zijn belangrijk om te corrigeren:
-
Te langzaam bewegen, te lage bewegingssnelheid
Als de cliënt zo langzaam beweegt dat de zwaartekracht een rol gaat spelen tijdens bewegingen, beweegt de cliënt te langzaam.
Er zal dan teveel tegelijk loskomen uit je systeem. Het effect van de oefening voelt dan ook letterlijk te zwaar.
Als er vaart voelbaar en zichtbaar is in de bewegingen, werkt de oefening vitaliserend.
-
Bewegingen voor de billen, op handen en knieën:
niet naar voren kijken, teveel door de armen zakken
-
Bewegingen met de ellebogen of polsen:
de bovenarmen op de grond laten liggen (armen moeten los van het matje zijn)
-
Bij draaien van het onderbeen of de voet:
het hele been draaien, in plaats van alleen de knie of de enkel
-
Weerstanden oplossen:
te hard masseren, in plaats van jezelf zachtjes aanraken om contact te maken met wat je voelt.
-
Weerstanden oplossen:
niet in contact met het gevoel. Dit zie je aan het bijna roekeloos aanraken overal.
-
de Kin:
te hard, te grote bewegingen.
-
de Kin:
niet in contact met het gevoel. Dit zie je aan te snel heen en weer bewegen. Je moet eerst wachten tot een gevoel is vervaagd voor je doorgaat naar een volgend plekje.
-
Kin 3:
verkeerde plek wijsvinger en middelvinger
-
de Bol:
handen ter hoogte van het keelchakra in plaats van het hartchakra
-
de Bol:
een veel te kleine bol (bijv. 20 cm).
Je zit dan met je handen binnen je bol in plaats van aan de buitengrens van de energiebol.
Je kunt de bol dan niet of minder goed voelen, omdat je er dan midden in zit en je de begrenzing van de energiebol dan niet kunt voelen.
-
Losschudden:
been erg aanspannen
-
Massage:
te hard, spieren masseren in plaats van contact met jezelf maken en jezelf verwelkomen

